Stelling 74
O, die drang, die enorme drang
om iets te scheppen – en daar
dan heel lang over te doen.
Die oerknal, die afkoeling en
het kneden van de ruwe materie –
hoe heerlijk dit alles en wat
een zoete bodem onder wankele
voeten. Na de laatste zinloze
aanpassing de lancering van het
ding in het oneindige. En dan het
nakijken hebben, het nakijken – van
opluchting en spijt, vooral spijt.