Stelling 70
In ’t holst van de nacht
trof ik nog een caverne
gemener en dieper dan
alle spelonken die ’k ooit
had bedacht ontdaan ook van
vleermuizen ander gespuis
en geraamtes verzameld
rond uitgedoofd vuur.
Het was een gemis, een
verdwenen stuk muur waar
een heiligenbeeld had gestaan
dat vervlogen was zonder elk spoor.
De holte die op een soort poort
leek choqueerde me diep.
Ik was bang om opzij te bezwijken
al was ik niet heilig. Te vallen
en nooit meer te landen in een parallel
universum gewoon achter mijn muur.