Stelling 66
De nacht is een geleedpotig dier.
Als een zwarte hooiwagen sluit
ze ons in. Langs haar poten glijden
schimmen neer uit lang vervlogen
tijden en sleetse herinneringen
aan weleer.
Als de zon opkomt vouwt het
beest zijn tentakels. Schimmen
en herinneringen klimmen omhoog.
Bij het opstaan is er hoegenaamd
niets gebeurd. We weten alleen
maar dat we hebben geslapen.