Stelling 61
Tussen helden en huzaren
dacht ik mijn leven te slijten.
Navolging was het gevolg:
de wens om op geweldenaren
en mannetjesputters te lijken.
Geen polsstok was partij voor
mijn lat die alleen zichtbaar was
met een verrekijker. Later heb ik
me neergelegd, niet om in het
stof te bijten maar om tot aan
mijn doorzichtige oogvliezen in
mijn eigen huid terug te kruipen.