Stelling 58
Het was een goudgele dag in het
bos. Bladeren hingen voorzichtig
aan bomen of wiegden zacht op
hun tocht naar de grond.
Daar veerde het en was het
bemost. Zwammen staken hun
geschilferde kop op. De mens
die in zijn levensavond het
herfstbos betrad zag het aan
en berekende hoeveel jaargetijden
hem restten. Terug in de auto –
de hond achterin en de hand aan het
stuur – zou hij zacht vallen en
door wandelaars worden gevonden.
Zijn laatste seizoen zat erop.