Stelling 56
Laatst liep ik geblinddoekt
een café in. Ik had dorst en
moest moeite doen om te
drinken. Ik botste tegen
stoelen en tafels maar kon
de bar niet bereiken.
Achter mij hoorde ik meer
klanten binnenkomen.
Sommigen vloekten en
smeten met tafels en stoelen.
Daarop pakte ik ook een stoel
op die ik lukraak de ruimte in
slingerde zonder iemand te raken.
Uit de luidsprekers klonk muziek
van Purcell. Toen ik op goed
geluk buiten stond in de frisse lucht
was mijn dorst niet gelest. Met tegenzin
deed ik mijn blinddoek af,
hoorde de muziek wegsterven
en keek regelrecht in de staalblauwe
ogen van Wuppertal in de herfst.