Stelling 47
Dylan had het hier geweldig gevonden deze
stad met haar straatmuzikanten en levende
standbeelden die bij vlagen morsdood zijn.
Met meeuwen die in wisselende formaties
over een straatzanger scheren en zijn oude
gitaar. Over zijn mondharmonica die als een
buitenboordmotor zijn kin voortstuwt en de
beltrom aan zijn enkel die standvastig de
maat slaat. Hé, meneer de tamboerijnman,
speel een liedje voor mij! De meeuwen,
de winderige kust, de slappe patat en de
opgezwollen passanten. Dylan had het hier
geweldig gevonden. De vogels, de wind,
en de armoede en boven dit alles de
schepper van een melkwoud vol poëzie.