Stelling 7
We zeggen: toen kreeg ik
dit op mijn bord en toen dit
en toen dit. Ik heb de restjes
bijeen geschraapt en
opgegeten. Mijn tanden
zijn daarvan gegroeid.
De hemelse keuken is
ongebreideld. Nu eens
spoelt dit aan en dan dat.
Je kunt het niet weigeren,
het is verplichte kost, het
is wat het lot schaft.