L rogierdejong.nl

R



Propolis

I

Hier, in deze stad wil ik wonen. Hier staan de
huizen voor verloren zonen en dochters. Hier
wonen de dubbelmensen en de overgangsmensen
en hun secondanten en huisdieren.

Hier wonen de mannen met een lorgnet die
over gedichten spreken maar ze niet schrijven.
Hier wonen hun partners, met wangen van
papier‐maché en pluizige vlechten.

Hier vindt men een kat op een motorkap,
een dode plant op een balkon, een tandeloze
rijksgenoot, clean. Hier vindt men een kerk
vol swingende mensen.

Hier, in deze stad, wil ik wonen. Alleen –
ik kan er niet blijven. De reuzen rijzen
op in de zon, hun hoorns loeien en de
kades schuiven onder mijn voeten.


II

En – dat kon niet uitblijven – we moeten de
stad beschermen tegen de elementen van
het dagelijks lot. We nemen: wat hars,

een beetje was, een schep essentiële oliën,
een snufje stuifmeel en verschillende
organische verbindingen. En nu maar honing

brouwen en hopen dat de koningin
gratie wil schenken in een vlaag van
ontvankelijkheid in haar peilloze boezem.