L rogierdejong.nl

R



De kalenderman

Toen hij zichzelf bezag met ogen
die niet konden liegen en de kunst
van het bedriegen ook niet verstonden

bedacht hij dat hij op sterren voer en
niet op bevoegd gezag. Hij landde ergens
maar vraag niet waarom. Er woei een wind

die hij niet kende er waren steigers die
hem ontstemden en water dat vrat aan zijn
enkels. Dit was leven dat je overkwam

dit was zo‐even nog gedacht en nu
al een kenbaar feit. Geen slagzij, dat niet,
maar wel de zegen van het naakt

beleven en de hink‐stap‐sprong van tellen
en hertellen en begrijpen welke zegeningen
telbaar zijn en welke dat alleen maar schijnen.