Rogier de Jong, dichter en stadsdichter van Aardenburg
Links
Rechts

Home

Publicaties

Media

Stadsdichter

Weblog

Nieuws


Dichter



Poëzie was bij Rogier de Jong thuis geen eerste levensbehoefte – dus kan het zijn dat zijn liefde voor de dichtkunst gewekt werd door zijn buurvrouw Margaretha Droogleever Fortuyn (de dichter Vasalis) die regelmatig een sigaretje kwam roken en een praatje maken. Dichters moeten ook leven.

En anders was het die geestdrifige leraar Nederlands wel die de naoorlogse dichters op de juiste samenzweerderige toon introduceerde. Zo ontdekte Rogier de Jong Rutger Kopland, Judith Herzberg en vooral Hans Verhagen. De laatste, die hij op John Lennon vond lijken, ontstak met zijn Duizenden Zonsondergangen bij hem de vonk van het dichten.

In 1972 debuteerde Rogier de Jong op twintigjarige leeftijd met gedichten in het literaire tijdschrift Tirade. Hij kreeg een postwissel van Geert van Oorschot ter waarde van 25 gulden.

In 1988 won hij de jaarlijkse verhalenwedstrijd van het Antwerpse tijdschrift De Brakke Hond, maar hij merkte dat poëzie hem toch meer trok. In 2018 belandde hij in de top honderd van de Turing Gedichtenwedstrijd en in 2019 verscheen bij uitgeverij Liverse zijn debuutbundel Memento. In 2020 werd hij stadsdichter van Aardenburg.

Najaar 2020 verschijnt, ook bij Liverse, zijn tweede dichtbundel Seinpost. Werk daarvan is voorgepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften.

Voor het literair periodiek Ballustrada stelde Rogier de Jong de rubriek Laaglandse Poëzie samen, met werk van Zeeuws–Vlaamse dichters, onder wie Jacques Hamelink en hemzelf. Columns en essays van zijn hand verschenen in Meander Magazine en op zijn weblog.

Hoe hij zijn werk zou willen typeren? ‘Ik ben een kind van de Zestigers. Gekunstelde poëzie ligt mij niet; ik heb een hekel aan aanstellerij. Emoties moeten, vind ik, echt zijn. Heldere en beeldende taal is de natuurlijkste manier om dat te bereiken. De kracht van het zichtbare is het onzichtbare (Marianne Moore).’




Vasalis



De bundel die mij aan het dichten bracht


Geert van Oorschot


Het literair periodiek Ballustrada





Wie ik zoal ben

Ik heb een naam en
meestal ook kleren aan.
Beide zijn arbitrair.

Mijn kleding bedekt mijn
rugnummer: ik ben het
derde doelpunt op rij.

Meer valt er niet te zeggen
over mijn identiteit.
Behalve misschien dat

ik zo’n rivier ben die
in onmin leeft met het wantij.
Daarom heb ik wat

waterloopkundige werken
verricht: een dijk aangelegd,
een kering opgetrokken, wat

kleren daaroverheen gedaan
en in een winkel een passende
persoonlijkheid uitgezocht.


Uit: Seinpost






In het land van de farao’s

Laten we afspreken diepzinnig
te zwijgen. Er staat niet wat er
staat omdat we ongekend
willen zijn. Ik leg mijn stem in

een crypte. Ondertussen bouw jij
een muur. We mompelen wat af
omdat we alleen gehoord willen worden

door de goede verstaander die ons
vereert omdat het weer gelukt is
onszelf te begraven in de
tomben van het oude Egypte.


Uit: Seinpost


©   Rogier de Jong