L

rogierdejong.nl

R



Woordschurft




‘De wereld van nu wordt beheerst door reclame, een soort terrorisme van de taal. Taal ontdaan van authenticiteit en betekenis. De woorden in de reclame hebben slechts een doel: consumptie bevorderen. Wat er met de taal in de reclame gebeurt, doet pijn aan de ogen en de oren. Reclame is woordschurft en toxisch. Reclame wijst alles af waar de poëzie voor staat’.

Aan het woord is Jozef Deleu, de redacteur van het belangrijke poëzietijdschrift Het Liegend Konijn. De passage is afkomstig uit een interview dat Hans Puper onlangs met hem had in Meander Magazine.

Toen ik het las, dacht ik: Deleu heeft natuurlijk gelijk. Het nobele universum van de kunst en de harde, financiële wereld van het bedrijfsleven verdragen elkaar als een stralende jonge huid en scabiës. Het interview bleef echter een tijdje door mijn hoofd spoken, mogelijk omdat de term ‘woordschurft’ door zijn stevigheid indruk op mij had gemaakt. Tegelijk moest ik denken aan Alphonsus Josephus de Ridder, beter bekend als Willem Elsschot.

Willem Elsschot (1882-1960) was een Vlaamse dichter en romancier, onder meer bekend van zijn gedicht ‘Het huwelijk’, waaruit de passage ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’ eeuwigheidswaarde heeft verkregen. Dit gedicht is als Meander Klassieker in 2012 besproken door Wim Kleisen, die het typeerde als ‘expressief’ en Elsschot een dichter noemde ‘met grote zeggingskracht’.

Dat lijkt me een understatement. Elsschots werk is straf, zowel de poëzie als het proza. Wie Lijmen, Het been en Kaas heeft gelezen, kan dat beamen. Hier steekt Elsschot Nescio naar de kroon en streeft hij hem wellicht voorbij. Op Wikipedia wordt gesproken over ‘een realistische, sobere stijl, die buiten de gangbare literaire stromingen viel en aanvankelijk nauwelijks werd opgemerkt door publiek en kritiek’.

Elsschot werkte bij een ‘advertentiebureau’ – als copywriter, vermoed ik – en beschrijft in Lijmen hoe zijn alter ego Laarmans zich staande moet houden in de wereld van ronkende loftuitingen die reclame heet. Elsschot verafschuwde naar verluidt zijn beroep, wat niet wegneemt dat zijn kernachtige literaire stijl zich er goed toe verhield. Schrijven op de vierkante centimeter is een stiel apart. Elsschot bezat dat talent. Met Wim Kleisen vind ik zijn werk nog steeds uitstekend leesbaar en bij vlagen briljant (als ik die sterke term mag gebruiken). Dat is dus iets anders dan ‘woordschurft’, al vermoed ik dat Deleu Elsschot niet voor ogen had toen hij zijn uitspraak deed.

Nieuwsgierig geworden naar andere bekende dichters en schrijvers met een reclameachtergrond kwam ik op internet namen tegen als Annie M.G. Schmidt, Drs. P., Louis Th. Lehmann, Hans Sleutelaar, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Heere Heeresma, Jan Arends en Kees van Kooten. ’t Kon minder, om het op z’n Gronings te zeggen.

Zijn deze uiteenlopende auteurs misvormd door hun reclamewerk? De vraag stellen is haar beantwoorden. Alle zijn ze bekend geworden door hun soepele en vindingrijke stijl waarin relativering en humor contrasteren met de bitterheid en ernst des levens. Hebben ze die tintelende schrijftrant overgehouden aan hun kantooruren op een reclamebureau? Dat kan. Maar misschien kunnen we de redenering ook omdraaien en stellen dat de reclamesector creatieve woordkunstenaars hard nodig heeft omdat zij bij uitstek in staat zijn indringend te schrijven. Dat die auteurs daar een centje mee bijverdienen, vind ik geen probleem. Kunstenaars moeten ook leven – net als belangrijke poëzietijdschriften die de daarvoor benodigde promotiekanalen prima weten te vinden en met goed gekozen slogans onze belangstelling wekken.

Bronvermeldingen:

  • Wikipedia
  • archief.Schiedam.nl
  • © Foto: literatuurgeschiedenis.org

(24 september 2023)

Ook verschenen in Meander Magazine.