Winchester is wel een bedevaart waard
Eigenlijk had ik het over de overleden dichter, romancier en reisschrijver Cees Nooteboom willen hebben, maar over hem is al zoveel gezegd en geschreven, dat ik niet goed wist wat ik daaraan moest toevoegen. En toen bedacht ik dat ik Cees Nooteboom op mijn manier zou kunnen eren met een reisverhaal.
Daarom ga ik in dit blog met mijn vrouw naar Winchester, een kleine stad in het Engelse graafschap Hampshire, bekend om haar kathedraal. Deze anglicaanse bisschopskerk is ooit met dichtgeknepen neus bezongen door The New Vaudeville Band, alsof het er heel erg zou stinken, maar niets is minder waar. Om te beginnen is de domkerk lieflijk gelegen aan een bescheiden plantsoen, zonder het stadje te domineren, terwijl ze tot de grootste kathedralen van Engeland behoort en de langste is van Europa. Grootsheid in bescheidenheid dus – een anglicaanse eigenschap die ook menig calvinist bij ons zal kunnen bekoren.
De grootsheid van de kathedraal van Winchester ervaar je niet alleen als je om de kerk heenloopt en de verschillende fases van het restauratiewerk ziet, maar zeker ook binnen. De architectuur combineert volgens Google ‘Normandische robuustheid met verfijnde gotiek’.
De werkelijke reden dat ik mij met mijn lief naar Winchester begeef, is echter niet om al dit bouwkundige moois te beschrijven – Nooteboom heeft dat mogelijk al eerder en veel beter gedaan – maar om het graf van Jane Austen te bezoeken.
Jane Austen (1775‐1817) was een belangrijke Engelse schrijfster uit de Regency‐periode, een tijdperk dat voorafging aan de Victoriaanse era met haar strenge zeden en vormen. Austens romans vol wervelend sociaal theater zijn wereldberoemd en worden als kostuumdrama’s regelmatig verfilmd. Dat Jane Austen ook dichteres was, zal menigeen minder bekend voorkomen. Misschien ligt dat aan het feit dat haar poëtisch oeuvre erg klein is.
Eén van haar gedichten, ‘Ode aan de troost’ wil ik hieronder opnemen. Ik gebruik een AI‐vertaling, voor de oorspronkelijke Engelse tekst kan men bijvoorbeeld terecht op
allpoetry.com/Ode-To-Pity.
Ode aan de troost
1.
Altijd mijmerend wandel ik graag
over de paden van eer en door het mirtebos,
terwijl de bleke maan haar stralen werpt
op de teleurgestelde liefde.
Terwijl Philomel op de luchtige meidoornstruik
zoet en melancholisch zingt, en de lijster
converseert met de duif.
2.
Zachtjes kabbelend over de hoofdweg,
valt de stille beek met zoet geruis naar beneden –
de maan komt achter een wolk vandaan
en werpt haar stralen op het mirtebos.
Ah! Wat een lieflijke taferelen verschijnen er dan,
de hut, het huisje, de grot en de vreemde kapel,
en ook de abdij, een verbrokkelende hoop,
verscholen achter oude dennenbomen, steekt haar hoofd op en gluurt,
geheel onzichtbaar, even de horizon in.
Jane Austen ligt begraven in de kathedraal van Winchester. Zichtbare sporen zijn een vlakke zerk in de kerkvloer en een uitbundig gedecoreerde gedenkplaat aan de wand, naast het graf. Het blijkt lastig om beide te fotograferen. Een gids staat met een groep bezoekers eindeloos op het graf te oreren. Hoe ongeduldiger ik word, hoe langer hij zijn spreekbeurt lijkt te rekken.
Daarmee zou dit blog ten einde kunnen zijn, ware het niet dat er los van de bouwkundige schoonheid van de kathedraal én van de laatste rustplaats van een belangrijke Britse auteur nog een verrassing wacht – en wel in de crypte.
Daarvoor moet ik honderdvijfentwintig jaar terug in de tijd. Aan het begin van de twintigste eeuw kreeg de kerk te maken met wateroverlast. Delen van de fundering dreigden te verzakken. Een duiker genaamd William Walker versterkte zes jaar lang zes uur per dag en zes meter onder water de grondvesten. Een waarlijke titanenklus, waarvoor hij met een onderscheiding beloond werd.
Die funderingen zijn nu gedeeltelijk bereikbaar via een deur die zich niet heel opvallend in het noordelijke dwarsschip van de kathedraal bevindt. Wie door die deur heengaat en het achterliggende trapje afdaalt, wacht een grote surprise.
Want daar, in de catacomben, ziet men een contemplatieve figuur, een standbeeld, met iets in zijn handen dat op een Bijbeltje lijkt. Deze figuur, genaamd ‘Sound II’ en gemaakt door de Britse kunstenaar Antony Gormley, staat met zijn voeten in het water als de crypte is ondergelopen, en op het droge als er geen water is (dit laatste lijkt een overbodige toevoeging, maar is relevant voor het vervolg).
Volgens de voormalige bisschop van Edinburgh Richard Holloway verbeeldt de figuur de onzekerheid van de menselijke conditie. ‘Daar staan we, luisterend naar het geluid van onze eigen vragen en het geluid van onze eigen antwoorden, maar nooit tevreden, klaar met de taak’.
De figuur van Antony Gormley verbeeldt dus niet het geluid van de stilte, zoals je geneigd zou zijn te denken, maar van het lot waarmee denkende dieren worstelen – een zinloze strijd, want het lot is blind en doof, als eb en vloed, het komt op en trekt zich terug, en laat zich daarbij niets gelegen liggen aan onze bespiegelingen, hardop of in stilte. Dat de crypte af en toe onderloopt is dus essentieel voor de betekenis van het kunstwerk. Dat ‘sound’ daarnaast ook ‘zee-engte’ betekent, lijkt misschien van belang, maar is dat waarschijnlijk niet. Wel kan men met enige verbeeldingskracht een eerbetoon aan onderwaterrestaurateur William Walker vermoeden.
Ik sta daar lang met mijn handen op de veiligheidsreling te kijken. Fascinatie is denk ik de beste manier om de emotie die door me heen gaat onder woorden te brengen. Zonder enige tamtam, bijna achteloos, torent daar op een plek die veel nietsvermoedende toeristen zullen voorbijlopen, een reusachtig kunstwerk omhoog. Niet zozeer reusachtig in zijn afmetingen, maar des te meer in zijn enscenering, en in zijn uitvoering en betekenis, theatraal en toch ingetogen, poëtisch en narratief – en bovendien troostrijk.
Mijn vrouw tref ik bij de uitgang van de kerk, waar ze in gesprek is met een van die hoffelijke dames die als vrijwilligers het Britse religieuze erfgoed bestieren.
‘En, wat vond je ervan?’ vraagt ze, als we de kerk verlaten. Platgeslagen door alle indrukken kan ik maar één antwoord bedenken: ‘Winchester is wel een bedevaart waard’.
17 februari 2026
Bronvermeldingen:
Fotocredits: