L

rogierdejong.nl

R



Het lichaam dat herrijst uit zijn as

De literaire betekenis van Nobelprijswinnares Nelly Sachs





Als babyboomer hoop je het spook van de Tweede Wereldoorlog te kunnen ontlopen. Je bent van na de oorlog, geboren in de wederopbouwjaren, maar had wel te maken met familieleden die hadden geleden onder de ‘moffen’en ‘jappen’. De Tweede Wereldoorlog – en in het bijzonder de Holocaust – was een beladen onderwerp met een zweem van onbespreekbaarheid waardoor het zich manifesteerde als een olifant in de kamer. De term ‘tweedegeneratiesyndroom’ werd niet zomaar uitgevonden.

In 1979 verscheen het boek Children of the Holocaust van Helen Epstein. ‘Tijdens de babyboom na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland tweeënhalf miljoen kinderen geboren. Jaarlijks zochten enkele duizenden van hen psychotherapeutische hulp. Een belangrijk aspect van de tweedegeneratieproblematiek is het niet weten wat er is gebeurd, omdat hun ouders daarover niet wilden of konden praten.’

Ik herinner me een Joods leeftijdgenootje wier vader tijdens de oorlog op Curaçao had gewerkt. Groot was de consternatie in het gezin toen op een ochtend in 1965 een hakenkruis op de stoep bleek gekalkt. Ik had wel een idee welke ‘kwajongen’ dat gedaan had. Ik vermoedde dat bij hem thuis niet over de Holocaust werd gesproken en dat de spanning er op deze manier uit moest. Ik geef toe dat dit psychologie van de koude grond is, maar clichés zijn niets voor niets clichés (en zelfs dat is een gemeenplaats).

Bij ons thuis werd wél over de oorlog gepraat. Mijn vader diste vaak het verhaal op hoe hij, fietsend langs de Maas, de bommen op Rotterdam had zien vallen en ondergedoken had gezeten voor de Arbeitseinsatz. Zijn vader, mijn grootvader dus, had in Nederlands‐Indië een jappenkamp overleefd en vergastte ons, liefst onder het eten, op zijn plastische verhalen. Tere kinderzieltjes bestonden niet in onze familie; wie de oorlog niet had meegemaakt was bevoorrecht en moest een kleine beetje meelijden. En hopelijk staken we er nog iets van op.

Tweedegeneratieproblematiek is een milde aandoening vergeleken bij de last die mensen moeten dragen als ze gruwelijkheden overleefd hebben, een last die bekendstaat als het ‘overlevenden–’ of survivor syndrome. De term dook dankzij William Guglielme Niederland voor het eerst op in 1961 om het schuldgevoel van Holocaustoverlevenden te beschrijven. Deze mensen verweten zichzelf dat zij de hel konden ‘navertellen’ en de slachtoffers niet. Zij waren kampoverlevenden, maar hoe zat het met mensen die aan de Shoah waren ontsnapt? Ik heb mijn Joodse leeftijdgenootje nooit over survivor guilt gehoord – waarom zou ze ook, als tienjarige – maar dat wil niet zeggen dat haar gezin er niet onder leed. En dat de swastika op hun stoep niet extra veel impact had.

In de zomer van 2023 maakten mijn vrouw en ik een vakantierondrit door Zweden. Een land dat noch de Duitsers noch de Russen ooit met hun laarzen hadden betreden. Een land ook met de nodige geheimen – Wallenberg, Palme – maar in vergelijking met de rest van Europa toch een redelijk onbezoedeld en daardoor in mijn ogen ongerept land. Maar ook dat was betrekkelijk: nota bene in het Selma Lagerlöfmuseum in de plaats Sunne, of all beautiful places, haalde de Tweede Wereldoorlog ons in.

Een jonge, hoogblonde gids leidde ons in zijn moedertaal door het woonhuis van Lagerlöf, dat zich met andere gebouwen op het landgoed Mårbacka bevindt. Een vriendelijke Noorse toerist, die zag dat we niets van de uitleg verstonden, praatte ons bij in het Engels. Zo hoorden we dat Lagerlöf vooral bekend is geworden door haar kinderboek Nils Holgerssons wonderbare reis, een educatief verhaal waarin Nils op de rug van een gans een aardrijkskundige reis door Zweden maakt, en dat Lagerlöf als eerste vrouw in 1909 de Nobelprijs voor Literatuur ontving. Ook kwam ter sprake dat haar portret van 1991 tot 2015 een Zweeds bankbiljet sierde en dat ze – hoe belangrijk – de damesliefde toegedaan was.

De Noorse toerist stond inmiddels bij een portretgalerij en wees op één foto, een beeltenis van een mij onbekende vrouw met een rond, ietwat verlegen gezicht.
‘Is dat niet Nelly Sachs?’ vroeg hij in het Engels, ‘door Lagerlöf van de nazi’s gered?’
‘Ja’, knikte de gids, ‘dat is Nelly Sachs. Selma Lagerlöf had veel contacten en daardoor veel invloed.’
‘En heeft Nelly Sachs niet óók de Nobelprijs gekregen?’
Dat moest de gids opnieuw beamen, maar verder ging zijn Engelse uitleg niet, en ik nam me voor om, eenmaal thuis, me te verdiepen in het verhaal over deze vrouw van wie ik nog nooit had gehoord – en velen in Nederland met mij, vermoed ik, ondanks het bestaan van een Nelly Sachslaan in Den Haag en een aflevering van het VPRO-programma Dode Dichters Almanak in 2012. Een verhaal over een vrouw die een indrukwekkend oeuvre heeft geschreven dat hoofdzakelijk over de Holocaust gaat.

De connectie tussen Selma Lagerlöf en Nelly Sachs is ontstaan, zo schrijft Nini Brunt in een boeiend betoog in De Tweede Ronde, met het door Lagerlöf geschreven boek Gösta Berlings Saga dat Sachs voor haar vijftiende verjaardag in 1906 van haar ouders cadeau kreeg. Het boek is een epos over het Zweedse plattelandsleven. Het is verfilmd met in de hoofdrol de toen nog onbekende Greta Garbo.
Nelly Sachs was zo onder de indruk van het boek dat ze een brief aan Lagerlöf schreef. Die brief leidde tot een jarenlange intensieve correspondentie én tot het schrijven van proza en poëzie waaraan de invloed van Selma Lagerlöf niet voorbij was gegaan.

Wie was Nelly Sachs?

Nelly Leonie Sachs werd in 1891 geboren in Berlijn‐Schönberg als dochter van de welgestelde fabrikant William Sachs, ‘een ontwikkeld man die Goethe als de grootste dichter vereerde,’ zo schrijft Maurits Mok in Stralende raadsels (Kievenaar & Vijn, 2016). Hoewel vader Sachs tot de joodse gemeente behoorde, ging hij nooit naar de synagoge. Nelly zelf, een kind met een zwakke gezondheid, bezocht een deftige meisjesschool waar ook adellijke telgen op zaten. Op antisemitisme stootte zij niet of nooit, aldus Mok. ‘Zij leidde het beschermde leven van een meisje uit de gegoede stand, volgde geen beroepsopleiding, maar bleef samenwonen met haar ouders, later, na haar vaders dood, met haar moeder, en wijdde zich aan letterkundig werk’.

Nelly Sachs groeide dus op in een beschermde omgeving. Vanaf haar zeventiende jaar ontwikkelde ze zich tot dichteres en schrijfster. Ze publiceerde een verhalenbundel, Legenden und Erzählungen, maar het begin van haar loopbaan in de vooroorlogse jaren stond vooral in het teken van de romantische en conventionele Duitse poëzie van haar dagen. Haar gedichten, die ze voor haar eigen plezier schreef, verschenen in periodieken.

Na de dood van haar vader in 1930 woonde Sachs samen met haar moeder in het ouderlijk appartement. Ze werd actief lid van het in Berlijn gevestigde Joodse Culturele Genootschap. Ze droeg poëzie voor en ging om met de dichteres Gertrud Kolmar.

Haar leven veranderde ingrijpend met de komst van het nationaalsocialisme. Nadat Hitler na een mislukte staatsgreep aan de macht was gekomen in 1933, werd het antisemitisme steeds virulenter en gewelddadiger en kregen Joodse schrijvers, onder wie Nelly Sachs, een publicatieverbod opgelegd. Daar bleef het niet bij: ze werd door de Gestapo ondervraagd en haar ouderlijk appartement geplunderd. Nelly Sachs was zo getraumatiseerd door deze gebeurtenissen dat ze vijf dagen niet kon spreken. Wel bleef ze schrijven: ze werkte aan een verboden oeuvre dat wordt gekenmerkt door de angst voor repressie en ze vertaalde werk van Selma Lagerlöf in het Duits. Daarnaast zocht ze troost in oude joodse geschriften.

Hoewel Nelly Sachs een kind uit een geassimileerd gezin was en het joodse levensbesef niet van huis uit had meegekregen, ging ze zich gaandeweg wel met haar vervolgde lotgenoten vereenzelvigen. Zij begon de joodse mystiek, de kabbala en het chassidisme te bestuderen.

Toen de grond onder haar voeten zo heet werd dat het niet veilig was om in Duitsland te blijven, vluchtte ze in 1940 met haar bejaarde moeder op het nippertje naar Zweden. Daarbij moet sprake zijn geweest van bemiddeling door Lagerlöf, die hulp zocht bij het Zweedse Hof. Een geluk dat Sachs’ andere familieleden niet was beschoren. Allen zouden omkomen in concentratiekampen.

Nelly Sachs arriveerde op 16 mei op het vliegveld van Stockholm in gezelschap van haar bejaarde moeder. Het was een redding te elfder ure, de grote Jodenmoord was al begonnen.
Selma Lagerlöf, die een week voor de overkomst van haar protegee was overleden, had nog wel kans gezien de gevluchte Joodse schrijfster te introduceren bij een Duitse exil-uitgever in Stockholm. Bij die uitgeverij verscheen Nelly’s meegenomen ‘verboden’ werk, dat sterk was beïnvloed door de doem van het nazisme en de dreiging van vervolging en dood.

Na haar vlucht leerde Nelly Sachs Zweeds en besteedde ze een groot deel van haar tijd aan het vertalen van Zweedse dichters als Gunnar Ekelöf, Johannes Edfelt en Karl Vennberg. Haar ‘doorstart’ als dichter begon daarna. In 1943 – ze was inmiddels over de vijftig – ging ze opnieuw schrijven, waarbij ze volledig afstand nam van haar eerdere literaire werk. In dat nieuwe werk zouden vervolging en dood haar wel blijven begeleiden, net als het gaandeweg sterker wordende watermerk van joods‐religieuze symboliek, maar haar lyriek stond nu vooral in het teken van Vergangenheitsbewältigung: haar poging het verleden te verwerken door in het reine te komen met het lot dat de Joden als volk te beurt was gevallen.
Het collectieve trauma van de ballingschap en vervolging werd een leidmotief in haar werk. Daarbij maakte zij gebruik van chassidische teksten als voorbeeld van oude, betrouwbare waarden.

Haar eerste dichtbundel In den Wohnungen des Todes (1947) plaatst het leed van haar tijd, in het bijzonder dat van de Joden, in een wijds, kosmisch kader.

Het eerste vers uit die bundel dat ze publiceerde was ‘O, ihr Schornsteine’. In dat beroemde gedicht stijgt het lichaam van Israël op als een rookpluim uit de schoorsteen van een vernietigingskamp.


O, die Schornsteine

‘Und wenn diese meine Haut zerschlagen sein wird, so werde ich ohne mein Fleisch Gott schauen’

O die Schornsteine
Auf den sinnreich erdachten Wohnungen des Todes,
Als Israels Leib zog aufgelöst in Rauch
Durch die Luft –
Als Essenkehrer ihn ein Stern empfing
Der schwarz wurde
Oder war es ein Sonnenstrahl?

O die Schornsteine!
Freiheitswege für Jeremias und Hiobs Staub –
Wer erdachte euch und baute Stein auf Stein
Den Weg für Flüchtlinge aus Rauch?

O die Wohnungen des Todes,
Einladend hergerichtet
Für den Wirt des Hauses, der sonst Gast war –
O ihr Finger,

Die Eingangsschwelle legend
Wie ein Messer zwischen Leben und Tod –
O ihr Schornsteine,
O ihr Finger,
Und Israels Leib im Rauch durch die Luft!

* * *

O de schoorstenen

‘En wanneer mijn huid gekneusd zal worden, zal ik God zien zonder mijn vlees’

O de schoorstenen
op de vernuftig bedachte woningen van de dood,
toen Israëls lijf in rook opgegaan
door de lucht trok –
als schoorsteenveger onthaalde een ster hem
die zwart werd
of was het een zonnestraal?

O de schoorstenen!
Vrijheidswegen voor Jeremia’s en Jobs stof –
Wie bedacht jullie en legde steen voor steen
De weg voor vluchtelingen van rook?

O woningen van de dood
zo verleidelijk neergezet
voor de gastheer die vroeger gast placht te zijn
o gij vingers

die de stenen drempel gelegd hebben
als een mes tussen leven en dood
o gij schoorstenen
o gij vingers
en het lichaam van Israël trekt als een rookpluim door de lucht!


Het bleef niet bij dit debuut. Er verschenen nog meer bundels, voor zover ik heb kunnen nagaan negen in totaal tussen 1947 en 1971. In Sternverdunkelung (1949), Und niemand weiss weiter (1957), en Flucht und Verwandlung (1959) werkte ze de cyclus van Joods lijden, vervolging, verbanning en dood verder uit. In haar krachtige metaforische taal – dat sporen bleef bevatten van de profetische taal van het Oude Testament – wordt dat Joodse lijden universeel gemaakt door het te betrekken op het menselijke noodlot dat bitter maar niet hopeloos is. ‘Universeel’ betekent hier trouwens niet alleen ‘algemeen’ tegenover ‘bijzonder’, maar ook ‘kosmisch’, zoals in het Engelse woord universe.
Maurits Mok zegt hierover: ‘Onmiddellijk aan het begin van haar werk staat dus de verbinding met de kosmos, een ster die als ‘schoorsteenveger’ de rook van de slachtoffers ontvangt, de verbinding met het Joodse verleden, het stof is ook dat van Jeremia en Job, en de verlossingsgedachte, de schoorstenen zijn Vrijheidswegen. Het zou onjuist zijn hierbij te spreken van een gemakkelijk verworven troost. Het is het verzet van het leven, van het leven van Nelly Sachs, tegen een werkelijkheid die dat leven dreigt te verstikken. Niet de dood als zodanig benauwt haar, maar de ‘valse dood’ die de slachtoffers door hun beulen is aangedaan en waardoor ze van hun ‘echte dood’ beroofd zijn’.

Naast poëzie schreef Nelly Sachs ook poëtische toneelstukken, zoals het mirakelspel Eli: Ein Mysterienspiel vom Leiden Israels (1950), over een achtjarig vermoord Pools jongetje dat zijn moordenaar zoekt. De tragedie, die verwijst naar chassidische motieven, werd in West‐Duitsland uitgezonden als hoorspel en kreeg zeer lovende reacties.

Prijzen ontving Nelly Sachs uit Zweden en Duitsland, waaronder de prijs van het Zweedse Dichtersgenootschap (1958) en de ‘Vredesprijs van de Duitse boekhandels’ (1965).
In 1961 verschenen haar verzamelde gedichten onder de titel Fahrt ins Staublose. Haar poëtische toneelstukken werden gebundeld in Zeichen im Sand. In 1967 kwamen Engelse vertalingen uit van haar poëzie en van het spel Eli.

Net als haar oudere vriendin Selma Lagerlöf ontving Nelly Sachs de Nobelprijs voor Literatuur. In 1966 werd ze samen met Samuel Josef Agnon gelauwerd voor het, aldus het juryrapport, ‘op een indringende en eerlijke manier beschrijven van het lot van het Joodse volk’. Volgens de jury representeert zij in haar werk het culturele erfgoed van het Joodse volk. Naar aanleiding van de prijsuitreiking merkte zij op: ‘Ik vertegenwoordig de tragedie van het Joodse volk.’

Nelly Sachs werd in 1955 Zweeds staatsburger; ze heeft sinds haar vlucht in 1940 nooit meer een voet in Duitsland willen zetten.

Ze overleed in Stockholm op 12 mei 1970 aan de gevolgen van kanker. Ze werd op de Joodse begraafplaats van Solna bijgezet. Ter herinnering aan haar reikt de stad Dortmund sinds 1961 om de twee jaar in december de Nelly‐Sachs‐Preis uit. Prijswinnaars van de Nelly‐Sachs‐Preis waren onder meer Margaret Atwood, Marie NDiaye, Christa Wolf en Nadine Gordimer.

In zijn naschrift bij een van haar bundels schrijft Hans Magnus Enzensberger: ‘Nelly Sachs is de laatste dichteres van het Joodse volk in de Duitse taal en zonder deze koninklijke herkomst is haar werk niet te begrijpen. In haar Stockholmse toevluchtsoord heeft zij de volkerenmoord heviger ervaren dan wij, die in de nabijheid van de kampen woonden, en haar werk is het enige poëtische getuigenis gebleven dat zich naast de sprakeloze ontzetting van de documentaire berichten staande kon houden.’

Sachs behoort op dit moment (2024) tot het selecte gezelschap van zeventien vrouwen die de Nobelprijs voor Literatuur hebben gekregen. Dat zijn: Selma Lagerlöf (1909), Grazia Deledda (1926), Sigrid Undset (1928), Pearl S. Buck (1938), Gabriela Mistral (1945), Nelly Sachs (1966), Nadine Gordimer (1991), Toni Morrison (1993), Wisława Szymborska (1996), Elfriede Jelinek (2004), Doris Lessing (2007), Herta Müller (2009), Alice Munro (2013), Svetlana Aleksijevitsj (2015), Olga Tokarczuk (2018), Louise Glück (2020) en Annie Ernaux (2022). Van de 122 Nobelprijswinnaars voor Literatuur is dat een schamele 14%. Iets om je voor te schamen als Nobelcomité (hetzelfde gezelschap dat een Amerikaanse popzanger bekroonde maar de belangrijke Amerikaanse auteur Philip Roth niet), maar aan de andere kant is het ook veelzeggend dat Nelly Sachs wél tot deze eregalerij is toegelaten.

Voor zover Nelly Sachs in onze tijd nog bekend is, komt dat hoogst waarschijnlijk door haar Nobelprijs en in iets mindere mate door haar plaats in de Duitse emigrantenliteratuur, waarin de Joodse exil‐literatuur een voorname plaats inneemt. Nelly Sachs wordt samen met Else Lasker‐Schüler gezien als de voornaamste representant van deze stroming.

Veel exil‐auteurs vluchtten vlak voor de Tweede Wereldoorlog naar Europese landen die later alsnog door de nazi’s zouden worden bezet. Zij moesten dus opnieuw vluchten (meestal naar de Verenigde Staten) of onderduiken. Dat lot is Nelly Sachs bespaard gebleven door naar Zweden te ontkomen, een van de weinige Europese landen die niet door de nazi’s bezet werden.

Dat Nelly Sachs zichzelf bij de Nobelprijsuitreiking afficheerde als ‘vertegenwoordiger van het Joodse volk’ roept de vraag op wat de drijvende kracht was achter haar literaire roeping. Was het haar eigen trauma, opgelopen door de Gestapo‐ondervraging en plundering van haar ouderlijk huis, was het de overal voelbare dreiging van het gewelddadige antisemitisme in Duitsland, was het de riskante vlucht naar Zweden of ging het om survivor guilt: het feit dat zij aan de verschrikkingen was ontsnapt en de rest van haar familie – en miljoenen Europese Joden – niet?
We zullen het nooit weten, het is voer voor biografen, maar dat ze een missie had, is voor mij duidelijk. Een missie die afgeleid kan worden uit haar statement bij de Nobelprijsuitreiking. Ze sprak uit naam van het Joodse volk en niet van zichzelf.

Bezieling was zeker een belangrijke drijfveer achter de literaire betekenis van Nelly Sachs. Die bezieling ontleende ze niet alleen aan haar eigen ervaring met de Jodenvervolging, aan de verschrikkingen van de Holocaust en aan de verwerking daarvan, maar ook aan haar eigen dichterschap, aan haar talent om te schrijven en haar poëzie verder te laten reiken dan de materie, om haar te betrekken op het menselijke noodlot in het algemeen ‘dat bitter maar niet hopeloos is’ en zelfs op het goddelijke, het ‘universele’. Dat ze zich daarbij liet inspireren door chassidische en oudtestamentische geschriften, hoorde bij haar Joodse achtergrond en bij haar ambacht, bij haar verlangen om vanuit haar eigen traditie een taalkundig kunstwerk te maken. Al die elementen bij elkaar maken een dichter immers tot dichter.


Schmetterling

Welch schönes Jenseits
ist in deinen Staub gemalt.
Durch den Flammenkern der Erde,
durch ihre steinerne Schale
wurdest du gereicht,
Abschiedsrede in der Vergänglichkeit Maß.

Schmetterling
aller Wesen gute Nacht!
Die Gewichte von Leben und Tod
senken sich mit deinen Flügeln
auf die Rose nieder
die mit dem heimwärts reifenden Licht welkt.

Welch schönes Jenseits
ist in deinen Staub gemalt.
Welch Königszeichen
im Geheimnis der Luft.

* * *

vlinder

Wat een mooi hiernamaals
is in jouw stof geschilderd.
Door de vlamkern van de aarde,
door haar stenen omhulsel
werd je losgelaten,
als een mooie necrologie.

vlinder
alle wezens goedenacht!
De gewichten van leven en dood
Drukken je vleugels
neer op de roos
die verwelkt met het huiswaarts kerende licht.

Wat een mooi hiernamaals
is in jouw stof geschilderd.
Wat een koninklijk teken
in het mysterie van de lucht.


Het dichterschap van Nelly Sachs ontwaakte ‘toen de grootste gruwelen van de moderne tijd, zo niet van heel de menselijke geschiedenis, hun hoogtepunt bereikten’, schrijft Maurits Mok in Stralende raadsels. ‘Terwijl miljoenen stierven werd in haar een nieuwe stem geboren, een stem die van het lijden van deze miljoenen getuigde’.

Tachtig jaar later is de situatie op aarde er niet veiliger op geworden met oorlogen in Oost‐Europa en Gaza en elders. Het is het oude liedje: slachtoffers worden daders en daders slachtoffers. In dit rad van wedergeboorte, dat boeddhisten samsara noemen, moet de mensheid altijd opnieuw het wiel van het lot uitvinden: in Nahal Oz, in Gaza, in Boetsja en waar ook ter wereld waar mensen mensen vermoorden.

De grote morele en literaire waarde van Nelly Sachs is dat zij in haar poëtische oeuvre kans heeft gezien de tragedie van haar tijd te ontstijgen en verder te voeren, naar de (mystieke) eeuwigheid en de menselijkheid – en dus ook naar onze tijd. Goede poëzie overstijgt altijd haar thematiek. Als Nelly Sachs in haar gedicht ‘O, ihr Schornsteine’ beschrijft hoe het lichaam van Israël uit de schoorsteen van een vernietigingskamp opstijgt, als een rookpluim, en in ‘Schmetterling’ hoe een vlinder uit de ‘vlammenkern der aarde’ wordt losgelaten, zijn dat verwijzingen, beelden die dezelfde betekenis uitdragen. Naast letterlijke vernietiging symboliseren ze ook een begin, een wedergeboorte. Want het is niet alleen de geest die als een rookpluim het gestorven lichaam verlaat, maar ook – en vooral – het lichaam zelf dat als een feniks uit zijn as herrijst. Een lichaam dat staat voor het Joodse volk en zijn tradities, voor de menselijkheid in het algemeen en de relatie met ‘het universele’ in het bijzonder.

Disclaimer: ik heb rijkelijk uit de onderstaande bronnen geciteerd, zowel in de directe als de indirecte vorm en waar mogelijk met een gespecificeerde vermelding en met respect voor de auteursrechten.


Bronnen:

  • Helen Epstein – Children of the Holocaust – 1988 - Pinguin Books
  • Nini Brunt – Over Nelly Sachs – 1980 – De Tweede Ronde (jaargang 1)
  • Maurits Mok in – Stralende raadsels – 2016 – Kievenaar & Vijn
  • Nelly Sachs - In den Wohnungen des Todes – 1946 – Edition Suhrkamp
  • Nobelprize.org
  • The Poetry Foundation
  • Jewish Women’s Archive
  • Vertalingen geciteerde gedichten: © Ivo Kievenaar en Rogier de Jong

Foto:

  • © Kirchenzeitung

(17 februari 2024)

Ook verschenen in het literaire tijdschrift Bühne (Uitgeverij Aspekt, 2024).