Maria met de inktpot
De Vlaming Guido Gezelle werd geboren in het jaar van de Belgische opstand (1830). Op een paradoxale manier lijkt hij daardoor voorbestemd te zijn geweest een rol te spelen in de
Vlaamse emancipatiebeweging.
Na de afscheiding van Nederland nam de Franstalige elite de macht over in België, waardoor de Vlamingen zich miskend en onderdrukt voelden. Guido Gezelle vervulde zijn rol als
pleitbezorger voor de Vlaamse zaak met verve. Hij staat te boek als een getalenteerde dichter die op zoek ging naar de oude volkstaal en het Vlaamse verleden. Naast nationalist en
dichter was hij ook priester die een ‘bloeiend katholiek geloof’ aanhing maar door zijn collega’s werd gewantrouwd vanwege zijn onorthodoxe omgang met leerlingen
en zijn eigengereide manier van lesgeven. Daarnaast was hij een groot natuurliefhebber. Deze vier aspecten van zijn persoonlijkheid – dichter, priester, leraar,
natuurlyricus – vinden hun weerslag in zijn poëtisch oeuvre, waarin Boodschap van de vogels en andere opgezette dieren, Kerkhofblommen en Vlaemsche
dichtoefeningen de bekendste titels zijn.
Tot de volksverhalen die Gezelle opdiepte, behoorden ook legenden uit het Rijke Roomse Leven. Eén van die legenden speelt zich af in mijn eigen woonplaats Aardenburg, dicht
bij de West‐Vlaamse grens.
Druk is het eigenlijk nooit in Aardenburg – behalve met carnaval of wanneer de Matthäus Passion wordt uitgevoerd – maar dan nog kan het prettig zijn om de
plaatselijke rooms‐katholieke kerk binnen te lopen en even op een bank te gaan zitten. Om je te realiseren hoe het katholicisme in Nederland, ooit een bolwerk van
geloofscultuur, is verstild tot een museale herinnering aan godvruchtiger tijden.
In dat museum is nog steeds veel te zien. Uiteraard Christus zelf, de martelaar aan zijn kruis, maar ook zijn moeder, met haar zoon op haar arm. Maria staat voor alles wat de
wereld nodig heeft: liefde, onbaatzuchtigheid, mededogen, toewijding en troost. En hier in Aardenburg houdt ze ook nog een voorwerp vast: een inktpot. Een interessant detail voor
iemand die zelf schrijft. Hoezo inktpot, waarom?
Een foldertje naast de devotiekaarsen geeft het antwoord. Het Mariabeeld verwijst naar een legende, door Guido Gezelle vereeuwigd, waarin een jonge wolwever centraal staat. Hij
werd in de vroege Middeleeuwen beschuldigd van moord. Hoezeer hij ook volhield dat hij onschuldig was, hij werd ter dood veroordeeld en opgesloten in het Steen (het stadhuis). De
priester die hem de avond voor zijn terechtstelling bezocht om hem de biecht af te nemen, raadde hem aan te bidden tot Maria van Aardenburg. Dat deed de wolwever en zo verscheen
die nacht in een visioen de Heilige Maagd met haar kind, een rol perkament en een inktpot. Terwijl Maria de inktpot vasthield, schreef het kind op het perkament. Toen de wolwever
uit zijn visioen ontwaakte, bleek de rol perkament daadwerkelijk naast hem te liggen, en toen hij bij het eerste licht uit zijn cel werd gehaald om te worden geëxecuteerd,
vroeg hij of hij de baljuw kon spreken. Dat werd toegestaan en de wever overhandigde hem het perkament. Wat erop stond, is nooit prijsgegeven, ook niet door Guido Gezelle, maar de
baljuw ging overstag en stelde de wolwever op vrije voeten. Aardenburg heeft de miraculeuze vrijspraak geëerd met een Mariabeeld met een inktpot. Het is een serene, maar ook wat
zoetelijke proeve van christelijke kunst.
Maria als de ultieme advocaat – de legende gaat natuurlijk over vergeving en het is een verhaal dat zich niet alleen in Aardenburg afspeelt, maar ook in de naburige
steden Brugge en Gent, waar het wonder eveneens zou hebben plaatsgevonden.
In Brugge werd als dankbetuiging voor de redding van de plaatselijke wolwever een Mariabeeld met een inktpot geplaatst in de gevel van het stadhuis, vlak naast de Blinde Ezelstraat.
Iedereen die er voorbijkwam zei hardop:
Ik groet U, Maria, die daer staet,
Gij zijt goed en ik ben kwaed.
Wilt Gij mijn arme ziele gedinken,
Ik sal U een Ave Maria schinken.
En ook in Gent staat een Onze-Lieve-Vrouwe met de inktpot. Boven de ingang van het Groot Vleeshuis naast het Galgenhuisje, kan men het aantreffen. Reeds bij oprichting van het
Vleeshuis rond 1416 zou er sprake zijn geweest van dit beeld, al is het achterliggende wonder van een iets andere aard dan in Aardenburg en Brugge. De Gentse legende vertelt het
verhaal van de magistraatszoon Huibrecht die aan een poëziewedstrijd meedeed, maar niets op papier kreeg. In een laatste poging er toch nog iets van te maken riep hij de hulp
in van Onze‐Lieve‐Vrouw, troosteres der bedrukten. Die met het kind op haar arm voor hem verscheen. De kleine Jezus overhandigde Huibrecht een ganzenveer en Maria plaatste
een inktkoker op de schrijftafel. Als bij wonder was opeens alle inspiratie aanwezig om een meesterwerk te schrijven. Toen Huibrecht het werkstuk aan de jury voorlas, kreeg hij alle
lof en won de eerste prijs. Het Gentse beeld is door calvinisten tweemaal beschadigd (wat mijn vooroordeel inzake de fantasieloosheid van die geloofsgroep bevestigt) maar werd in
1600 volledig hersteld. Tot 1975 kwamen buurtbewoners kaarsjes aansteken en bloemetjes neerleggen om zelf inspiratie te vinden.
Hoe onterecht misschien ook: de wonderbare vrijspraak van de wolwever maakte meer indruk dan de inspiratie van een dichter met een writer’s block, zodat in de dertiende
eeuw een bedevaart op gang kwam die Aardenburg, en niet Gent, op de kaart zette. Franse en Engelse koningen kwamen naar Aardenburg om te bidden en Maria te danken voor hun
overwinningen.
Aardenburg was toen al een belangrijke plaats omdat het in de buurt van Brugge lag; de ‘wereldhoofdstad’ van de Middeleeuwen. Rond Brugge bevond zich een ring van havens
en andere plaatsen die samen een machtig centrum vormden. Aardenburg had in die tijd 5500 inwoners, twee keer zo veel als nu, en meer dan de Hollandse steden die in die tijd nog een
moeras waren. Toen het Zwin verzandde, verloor Aardenburg zijn haven en daarmee zijn betekenis, maar als je je oor op de grond legt, kun je de bedrijvigheid nog goed horen.
Als we het rijk der legenden verlaten en een historische bril opzetten, zien we dat het afbeelden van Maria met een inktpot teruggaat op een Byzantijnse traditie waarin een
‘geleerde Christus’ een voorname rol speelt. Die traditie werd op haar weg door de tijd aangepast en aangedikt met volksverhalen, die weer door Guido Gezelle werden
vastgelegd voor het nageslacht.
Nog steeds is er een jaarlijkse Mariabedevaart van Brugge naar Aardenburg en vice versa. Een goede gelegenheid om je te bezinnen op vergeving en inspiratie op te doen. Het is een
mooie tocht door de Vlaamse polders met hun beboomde dijken, en een veel korter parcours dan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, al kun je niet uitsluiten dat je onderweg
een klein stukje meepikt.
Bronnen:
- Marc Willems in brugselegenden.blogspot.com
- zwinstreek.eu
- gidsingent.be
- meertens.knaw.nl
Foto’s:
- Wikipedia
- Beeldbank Kortrijk
(28 februari 2024)
Ook verschenen in het literaire tijdschrift
Meander Magazine.