De kalenderman gelanceerd!
Op 23 augustus 2025 vond de presentatie plaats van mijn vierde dichtbundel De kalenderman.
Een heerlijke, gemoedelijke middag op een idyllische locatie in mijn woonplaats Aardenburg, waar, omringd door familie en vrienden, en met hulp van mijn kornuiten van Dichtersgilde Sluis, De kalenderman werd gelanceerd. ‘Fijne poëzie‐namiddag was het daar, net over de Belgische grens, in het lieflijke Aardenburg’, noteerde Paul Rigolle in
De Schaal van Dighter over de lancering van De kalenderman. De presentatie was in handen van Peter Gielissen en harpiste Anna Clijsen en draaiorganiste Vera Steenput verzorgden de muzikale omlijsting.
Dat beeld van ‘lanceren’ klopt wel, denk ik. Wat je de lucht in schiet, landt ergens, hopelijk niet op de maan, want dat is niet wat je wilt: je publiceert een bundel in de hoop dat lezers de gedichten gaan lezen en dat er aandacht aan wordt geschonken in de pers.
Gelukkig heeft het De kalenderman niet aan aandacht ontbroken. ‘Het verglijden van de tijd blijft bij hem een belangrijke rol spelen’, aldus Andreas Van Rompaey in het tijdschrift
ART04. ‘Zijn poëzie schippert tussen het persoonlijke, de melancholie en het vergankelijke enerzijds en het algemene, de nostalgie en het eeuwige anderzijds, al valt een lichte verschuiving richting de tweede pool op te merken’. Dichter Tijs van Bragt concludeerde: ‘Daar kom je amper bovenuit, die grote en grootse bundel van Rogier de Jong. Intrigerend werk met een prettig ritme [...] en met krachtige beelden’. En in Meander Magazine oordeelde recensent Marc Bruynseraede: ‘De dichter dicht bij voorkeur in klare taal over iets wat niet triest is, maar rijk aan melancholie waarbij hij niet in banaliteiten vervalt. Rogier de Jong lezen, nog vóór de lamp uitgaat, is een vanzelfsprekende beslissing voor de liefhebbers van zachtzinnige, tedere poëzie.’
Of De kalenderman op nog meer publiciteit mag hopen, is op dit moment niet bekend. Al worden er bergen met recensie-exemplaren verstuurd, of de aangeschreven media toehappen, heb je als auteur zelf niet in de hand. Het volgende gedicht uit mijn bundel illustreert deze onzekerheid:
Gedicht over dragen
Lief kind, hoe zal ik je dragen?
Links, rechts, van voren, of op
mijn rug? Weet je wat, ik sla je
tot ridder, tot iemand die er mag
zijn en stoot je dan af als de trap
van een raket. Mogen degenen
die je vangen en met zich meedragen
alle kermissen afreizen zodat de
mensen zeggen: daar heb je die
Tasmaanse duivel weer. Wat een
verrukkelijk vleesetend dier dat
in onze kangoeroebuik past!
Ditzelfde gedicht kwam ook ter sprake in een interview dat ik met Mirthe Smeets had in Meander Magazine . Zij vroeg zich af of het vers over zwangerschap ging, en dat was natuurlijk ook zo. De dichter als bevallende moeder. Het interview vond aan de vooravond plaats van de lancering van De kalenderman, dus aan aandacht heeft het de bundel – nogmaals – niet ontbroken.
Foto's: © Paul Rigolle e.a.