L

rogierdejong.nl

R



Chaos en vernieuwing




Een oude, Nietzschiaanse wijsheid zegt dat chaos een mogelijkheid biedt tot verandering en het inslaan van nieuwe wegen. Hoewel ik geen filosoof ben, proef ik hierin iets terug van het stokoude begrip dialectiek, dat betoogt dat waarheid uit tegenstellingen ontstaat. Dat is een mooie gedachte, die een belofte in zich draagt van verzoening, althans van een nieuw evenwicht, een synthese.

De wrijving die veroorzaakt wordt door botsende tegenstellingen zou volgens de Zwitserse psycholoog Jean Piaget ook een rol spelen in de ontwikkeling van de mens. Feitelijk is het een vorm van energie die vrijkomt door disbalans en die het mogelijk maakt een nieuwe levensfase in te gaan. Je zou kunnen stellen: alles in het leven draait om balans. Zodra dat evenwicht verstoord wordt, is er ruimte voor vooruitgang en groei.

Ook kunstenaars maken een dergelijke ontwikkeling door. Bekend is het voorbeeld van Mondriaan, die na het figuratief schilderen van (Zeeuwse) kerken en landschappen via het luminisme en kubisme een geometrische kunstvorm ontwikkelde die bekendstaat als het neoplasticisme. Deze toenemende hoekigheid werd niet veroorzaakt door een plotselinge big bang, maar door jarenlange inspiratie door de expressionistische beeldende kunst. Vooral Van Gogh schijnt diepe indruk op hem te hebben gemaakt.

Een Nederlandse dichter bij wie tegenstellingen (ook) een drijvende kracht hebben gevormd, was Lucebert. Enerzijds wilde hij afrekenen met de taal, in wier naam tijdens de Tweede Wereldoorlog de meest gruwelijke commando’s waren gegeven, anderzijds vond hij dat taal magie bezat en dat daar uiting aan mocht worden gegeven. Wrijving tussen morbide communicatie en betovering dus. Daaruit ontwikkelde hij zijn ‘kindertalige’ poëzie.

Een ander bekend voorbeeld is Paul van Ostaijen, die zich van een avant‐gardistische dichter die zijn grafische teksten op posters liet drukken, ontwikkelde tot een zuivere lyricus die – aldus Wikipedia – ‘pure klankpoëzie zonder bijbedoelingen’ schreef.

Meanderend door de literatuurgeschiedenis zien we iets soortgelijks gebeuren bij de Zeeuwse dichter Hans Verhagen. Begonnen als redactielid van het literaire blad Gard Sivik dat een nieuwe zakelijkheid propageerde, ging ook hij de lyrische kant op in Duizenden Zonsondergangen, poëzie met een licht metafysische inslag.

Bijzonder aan Van Ostaijen en Verhagen is dat ze van een modernistische poëtica de lyrische, bijna romantische kant opgingen. Precies tegengesteld dus aan Mondriaan, die zich van figuratief naar abstract bewoog. Van Ostaijen leefde in het turbulente tijdvak van de Eerste Wereldoorlog, met grote persoonlijke gevolgen (waaronder arrestatie en gevangenschap), terwijl Verhagen mogelijk tot de slotsom kwam dat zijn hoekige gedichten de melodieuze kant op moesten om meer grip te krijgen op het ‘onvolmaakte bestaan’.

Om met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis te gaan: de legende wil dat Maarten Luther op 31 oktober 1517 vijfennegentig stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg spijkerde om de handel in aflaten in de rooms‐katholieke kerk ter discussie te stellen. De onvrede die dit bij hem veroorzaakt had zou je kunnen zien als een verstoord evenwicht dat hem dreef tot kerkhervorming. Met zijn protest wilde hij de stabiliteit in het geloofsleven en wellicht in zichzelf herstellen.

En hop, daar gaan we weer dwars door de geschiedenis. In 1978 lanceerde de Duitse choreografe Pina Bausch haar inmiddels iconische ballet Café Müller. In een dromerige, weemoedige sfeer bewegen dansers zich blindelings en met uitgestrekte armen, als vliegtuigen, over het toneel, op muziek van de barokcomponist Henry Purcell. Daarbij botsen ze tegen elkaar en tegen het decor, wat een sterke suggestie van desoriëntatie en verlangen oproept. Wikipedia meldt: ‘Café Müller is een mijlpaal in de dansgeschiedenis en blijft toeschouwers diep ontroeren door zijn poëtische en aangrijpende kijk op de menselijke conditie’.
Wat mij persoonlijk raakt aan Café Müller, is de strijd die geleverd wordt om aan de chaos te ontsnappen. Op de achtergrond tikt de klok van de barokmuziek van Purcell, en dat is veelzeggend en veelbelovend tegelijk: de chaos wordt bij voorbaat ingebed in evenwicht, in synthese, al zien we dit happy end in het ballet niet terug.



In mijn nieuwe dichtbundel Café Wittenberg worstel ik flink met dit thema. Misschien enigszins geforceerd probeer ik chaos en vernieuwing onder één noemer te brengen, terwijl ze strikt genomen na elkaar komen, als oorzaak en gevolg. De werkelijke vernieuwing wordt immers bevochten in het doolhof van de chaos. Spoileralert: de vrouw op de cover (niet Pina Bausch op bovenstaande foto), die elegant gekleed in een koffiehuis zit, belichaamt het door mij gewenste resultaat, het evenwicht waarvoor in Café Müller nog wordt gestreden. Misschien daarom ook is van chaos in mijn nieuwe bundel weinig te merken. Ik ga voor de harmonie, de balans. De vijfennegentig ‘stellingen’ die ik in terzinevorm op de lezer loslaat, zijn overdenkingen, soms moralistische aansporingen voor een beter leven en – in mijn geval – een meer uitgebalanceerde en eerlijker poëtica.

Daaraan ging wel een periode van tweestrijd vooraf. Kon dat zomaar, op Luther leunen? En op Bausch? En waar waren de vermaledijde aflaten? Die waren er niet. Ik zoek naar evenredigheid in mijn poëzie, en daarmee misschien naar de kern ervan in de wetenschap dat die niet anders kan en daarbij flink tegen de genreconventies inzwemt, met alle gevolgen van dien, maar dat is weer een ander verhaal.

Café Wittenberg is nog volop in ontwikkeling en wordt in 2027 verwacht.

17 januari 2026




Beeldrechten:
  • © Pina Bausch
  • © Wilfried Krüger
Ook verschenen in Meander Magazine.
`