Marge links

Rogier de Jong

Marge rechts
Home
Publ.
Poëzie
Over
Media
Podium


Blog


Blogarchief


> 2020 | 05 | 10
> 2020 | 04 | 19
> 2020 | 04 | 13
> 2020 | 03 | 23
> 2020 | 01 | 22
> 2019 | 08 | 24
> 2019 | 06 | 05
> 2019 | 03 | 24
> 2019 | 02 | 12
> 2019 | 02 | 08
> 2019 | 02 | 05






Claus, Hugo
De kunst van het gerecenseerd worden
Een steen door de ruit van je dromen
Op zoek naar Eurydice
Östlund, Ruben
Poëtisch kijken naar catastrofes
Poëzie die staat als een kluis
Stadsdichter
Turing Gedichtenwedstrijd 2018
Verhagen, Hans
Zeeuws-Vlaanderen
ZONDAG 24 MAART 2019
Op zoek naar Eurydice
Edward Poynter: Orpheus en Eurydice


Memento heeft een lange weg afgelegd met veel hindernissen. Toen Willemien in 2003 wist dat ze niet beter zou worden, vroeg ze me ons leven samen op schrift te stellen. Ze hoopte op een soort biografie, denk ik, maar na haar dood kon ik me daar niet toe zetten.

Niet lang daarvoor had ik het levensverhaal geschreven van een vrouw met MS. Ik voelde weinig voor een herhalingsoefening. Ik wilde iets schrijven waar ik achter kon staan, een roman misschien, maar toen net rond die tijd Komt een vrouw bij de dokter van Kluun uitkwam, begreep ik dat ik ook zoiets niet wilde.

Tussen de bedrijven door was ik gedichten gaan schrijven als uitlaatklep voor mijn emoties. En toen gebeurde er iets opmerkelijks. Het viel me op dat die gedichten een soort eenheid begonnen te vormen. Zou dít het boek worden waarom Willemien had gevraagd?

Of toch niet? Ik zat nog zo diep in mijn rouwbeklag dat de gedichten niet goed waren, ik vond ze te particulier en te larmoyant. Echte poëzie moest een andere kant op. Aldus experimenterend ontstond Finally cut my hair, het eerste vers dat ik schreef voor de bundel en dat nu achterin is te vinden. In dat gedicht besluit de hoofdpersoon – dat ben ik dus, maar wat doet het ertoe – zijn schaamhaar af te scheren, iets wat zijn overleden vrouw altijd voor hem deed. Hij zet daarmee een eerste stap naar zelfstandigheid én neemt tevens symbolisch afstand van zijn schaamte om met zijn poëzie naar buiten te komen.

Zo ontdekte ik al doende dat ik de kant op moest van herinneringen en anekdotiek. Dat had tegelijk het voordeel dat ik kon beschrijven hoe Willemien en ik ons tot de dingen verhielden en ook tot elkaar. Het ‘wat’ opende een deur naar het ‘hoe’ en ‘waarom’.

Maar hoe kwam ik aan die herinneringen? Ik ervoer de weerbarstigheid van het geheugen. Het verleden trok zich terug als de kop van een schildpad. Hoe krampachtiger ik achteromkeek, als Orpheus in de onderwereld, hoe minder ik zag. Het openingsgedicht van de bundel Wie was het? dat tijdens de boekpresentatie op 23 maart 2019 is voorgedragen, probeert die amnesie onder woorden te brengen.

Ik besefte dat ik het met het memoreren van het verleden niet ging redden. Misschien wel omdat ik uit loyaliteit met Willemien te eerlijk wilde zijn: de waarheid moest prevaleren. Aan de andere kant begreep ik ook dat als ik aan haar wens voor een boek wilde voldoen, ik mezelf meer vrijheid moest toestaan. De vrijheid om de anekdotes te bewerken, te herscheppen, te reconstrueren.

Dit bitterzoete dilemma loste zich op toen de drang om het verleden als materiaal te gebruiken en niet als archief het won van de scrupules. Zo ontstonden verzen over een rolstoel, over een pruik, over het opruimen van nagelaten spullen – eigenlijk over dat hele ingewikkelde proces van herinneren dat verstopt zit in de som van de delen en dat je er met losse hand uit moet zien te schudden.

En zo zijn we aangeland bij het thema van Memento: herinneren. Memento gaat eigenlijk over de weerbarstigheid van het geheugen, over herinnering. Over de bitterzoete kunst van het reconstrueren die de tijd – en dat is dan weer mooi meegenomen voor de nabestaande dichter – een handje helpt de wonden te helen. Het motto van William Kentridge voor in de bundel ‘Forgetting is natural, remembering is the effort one makes’ ben ik niet voor niets precies op het goede moment tegengekomen.

De dichter Eke Mannink liet me weten het absoluut oneens te zijn met deze zienswijze. “Tijd heelt de wonden helemaal niet”, schreef ze, “ze kerft ze alleen naar steeds dieper.” Het zijn precies deze wonden die Orpheus de onderwereld in dreven om zijn geliefde Eurydice naar de bovenwereld te halen. Er was echter één voorwaarde: hij mocht niet achteromkijken. Helaas keek hij wel om en zo verloor hij zijn geliefde voor eeuwig. Gelukkig had hij een lier – hij was immers zanger – waardoor zijn geliefde toch nog voortleeft in de vorm van een mythe én in de muziek, al is die van de hand van Christoph Willibald Gluck.

Nu is er dus een uitgave. Prachtig verzorgd en vormgegeven door uitgeverij Liverse. Heb ik daarmee recht gedaan aan Willemiens wens? Eigenlijk niet. Ik ben ermee aan de haal gegaan. Ik voel me daar naar goed calvinistisch gebruik wel een beetje schuldig over. Maar dat moet dan maar de prijs zijn die ik betaal.


© Rogier de Jong