Marge links

Rogier de Jong

Marge rechts
Home
Publ.
Poëzie
Over
Media
Podium


Blog


Blogarchief


> 2020 | 05 | 10
> 2020 | 04 | 19
> 2020 | 04 | 13
> 2020 | 03 | 23
> 2020 | 01 | 22
> 2019 | 08 | 24
> 2019 | 06 | 05
> 2019 | 03 | 24
> 2019 | 02 | 12
> 2019 | 02 | 08
> 2019 | 02 | 05






Claus, Hugo
De kunst van het gerecenseerd worden
Een steen door de ruit van je dromen
Op zoek naar Eurydice
Östlund, Ruben
Poëtisch kijken naar catastrofes
Poëzie die staat als een kluis
Stadsdichter
Turing Gedichtenwedstrijd 2018
Verhagen, Hans
Zeeuws-Vlaanderen






Yeah, dit was het man,
dit wilde ik ook







Dit artikel is ook geplaatst als brief in VPRO-gids nr. 17 (2020)
MAANDAG 13 APRIL 2020
Bij het overlijden van Hans Verhagen
Cover en achterflap van Duizenden Zonsondergangen


Een mens heeft wat vaders in zijn leven: een verwekker, een of meer schoonvaders, docenten van uiteenlopend kaliber en als hij geluk heeft ook nog een godfather die hem de goede kant op dirigeert. De mijne heette Hans Verhagen en hij stierf deze week op 81-jarige leeftijd.

Wie in 1952 geboren is, zoals ik, is opgevoed door een generatie die mentaal nog met één been in de negentiende eeuw stond. En hoewel mijn ouders vrijzinnig genoeg waren om de overgang naar de twintigste eeuw te appreciëren – mijn vader hing aan de lippen van Apollo-verslaggever Henk Terlingen en mijn moeder regelde een zwart-wittelevisie voor ons zodat we in 1967 naar Our World konden kijken – konden ze de Hoepla-uitzending met de ontblote boezem van Phil Bloom maar matig waarderen. En wat raar ook, trouwens, dat veel programmamakers van de VPRO zulk lang haar hadden. “Net meisjes,” aldus mijn vader, die zijn eigen masculiniteit ook niet echt cultiveerde, maar je moest het natuurlijk niet overdrijven.

Inmiddels was ik er achtergekomen dat één van de Hoepla-makers – Hans Verhagen – ook dichter was. Toen ik van school thuiskwam met een bibliotheekexemplaar van Duizenden Zonsondergangen en daaruit twee gedichten voordroeg, kon ik het gezicht van de VPRO als kwaliteitsomroep op het nippertje redden.

Hans Verhagen! Na zijn officiële debuut Rozen en motoren, naar mijn smaak wat te programmatisch, was Sterren, Cirkels, Bellen al een stuk beter, maar Duizenden Zonsondergangen bevatte de poëzie die me raakte en aan het dichten bracht, want, yeah, dit was het man, dit wilde ik ook.

De combinatie van parlando lyriek met soms een subversief randje, maar niet zo subversief als bij Frank Koenegracht, was iets wat ik zelf ook ambieerde – waarbij het resultaat altijd de kruiwagen uit sprong en in niets meer leek op de poëzie van de grootmeester zelf, hetgeen mij dus niet zijn kant maar wel mijn eigen kant op dirigeerde, dit alles buiten het medeweten van de magister om. Uiteraard.
Want anders dan andere (Zeeuwse) dichters van mijn generatie heb ik Hans Verhagen nooit persoonlijk mogen ontmoeten – en hij zou me waarschijnlijk ook niet hebben opgemerkt met mijn nette remonstrantse manieren. Wij mochten thuis dan wel VPRO-leden van het eerste uur zijn, maar dat had meer met dominee Spelberg dan met Hoepla te maken. Wat was er in godsnaam in die vrijzinnig protestanten gevaren? Mijn ouders snapten er niets van.

De gezonde generatiekloof tussen mijn ouders en mij bleef bestaan, net als ons abonnement op het zich immer vernieuwende Vrije Geluiden, dat stilzwijgend op de trap naar mijn kamer werd gelegd. Maar wat waren mijn ouders trots op mijn debuut in Tirade, al denk ik niet dat ze Hans Verhagen daarvoor stiekem bedankten. Het langharige sujet dat hun astrante puber in het gareel had gekregen met een respectabele hobby, behoorde tot een wereld waarvoor die puber wél behoed diende te worden, dat sprak vanzelf. Het moest niet te gek worden.

Nu is Hans Verhagen dood. Zijn werk gelukkig niet. Ik herlees het regelmatig en dan denk ik: shit man, het is nog steeds even goed. Er gaat niets, maar dan ook niets van verloren.


© Rogier de Jong